Borstvoedingsverhaal: kostbaar en kwetsbaar tegelijk
Toen mijn zoon werd geboren, hoopte ik dat borstvoeding geven zou lukken. Tegelijkertijd wist ik ook: het is iets wat je samen moet leren. Ik had me erop voorbereid dat het misschien niet direct vanzelf zou gaan, maar hoe intens die eerste periode werkelijk zou zijn, ontdekte ik pas toen we er middenin zaten.
De eerste week was een aaneenschakeling van nieuwe vragen. Hapt hij goed aan? Drinkt hij wel genoeg? Hoe weet ik of hij daadwerkelijk melk binnenkrijgt? En is het normaal dat mijn borsten zo gevoelig en gespannen voelen?
Daar kwamen de stuwing, gevoelige tepels, gebroken nachten en alle emoties van die eerste dagen nog bij. Alles was nieuw en alles voelde groot. Maar er was ook opluchting: mijn zoontje dronk goed aan de borst. Hij groeide flink, leek tevreden en kreeg binnen wat hij nodig had.
Het lukte. En daar was ik ongelooflijk dankbaar voor.
Toen voeden steeds gevoeliger begon te worden
Na de kraamweek merkte ik dat het voeden niet prettiger werd, maar juist gevoeliger. Eerst dacht ik dat mijn lichaam gewoon nog moest wennen. Misschien hapte hij nét niet goed genoeg aan. Misschien moest ik iets veranderen aan mijn houding. Misschien hoorde het er in het begin simpelweg bij.
Dus ging ik daar extra op letten. Ik probeerde verschillende voedingshoudingen, nam meer tijd om hem rustig aan te leggen en keek steeds opnieuw of zijn mondje ver genoeg open ging bij het aanhappen.
Maar hoe zorgvuldig ik ook was: de gevoeligheid bleef. Sterker nog, die veranderde langzaam in pijn. Genieten van borstvoeding was iets wat mij op dit punt niet lukte.
Mijn tepels raakten beschadigd. Op sommige momenten zag ik op tegen de volgende voeding, terwijl ik mijn zoon tegelijkertijd niets liever wilde geven dan wat hij nodig had. Dat dubbele gevoel vond ik moeilijk. Je wilt genieten van iets wat zo dichtbij en liefdevol zou moeten zijn, maar ondertussen ben je vooral bezig met doorstaan.
En omdat hij wel goed dronk en groeide, twijfelde ik ook aan mezelf. Was ik misschien te gevoelig? Moest ik gewoon even doorzetten?
Achteraf weet ik dat pijn een signaal is dat je aan moet pakken.
Een lactatiekundige zag wat ik zelf niet zag
Toen het ondanks alle aandacht en aanpassingen niet verbeterde, besloot ik een lactatiekundige om hulp te vragen. Zij keek uitgebreid mee tijdens een voeding. Naar mijn houding, naar hoe ik mijn zoon aanlegde en naar de manier waarop hij dronk. Haar conclusie verraste me: aan de techniek ontbrak eigenlijk niets.
Toch vermoedde ze dat er iets anders meespeelde. Mogelijk was het tongriempje van mijn zoon te kort. Eerlijk gezegd had ik daar nauwelijks bij stilgestaan. Het tongriempje is het dunne vliesje onder de tong. Als dat te kort of te strak is, kan een baby zijn tong soms minder goed bewegen. Daardoor kan drinken aan de borst moeilijker of minder effectief zijn, zelfs wanneer het aanleggen er van buitenaf goed uitziet.
Een te kort tongriempje kan je herkennen aan het moeilijke aanhappen, klakgeluiden tijdens het drinken, lang durende voedingen of snel opeenvolgende voedingen en een onrustige en/of hongerige baby. Het kan ook zijn dat je baby zijn tong moeilijk kan bewegen of een hartvormig uiteinde lijkt te hebben. Je baby kan ook minder goed groeien omdat het een stuk intensiever kan zijn voor je baby om met een kort tongriempje te drinken. Wanneer een baby de kracht er niet voor heeft kan het minder goed groeien, wat ook een signaal kan zijn. Niet iedere moeder merkt het, maar pijn tijdens het voeden, gevoelige of kapotte tepels of terugkerende borstontstekingen kunnen aanwijzingen zijn.
Niet iedere baby met een kort tongriempje heeft klachten en niet ieder kindje laat dezelfde signalen zien. Mijn zoon groeide bijvoorbeeld behoorlijk goed. Dat maakte het voor mij juist lastiger om te begrijpen waarom de voedingen zo pijnlijk bleven en zorgde er voor dat ik later hulp heb ingeschakeld dan ik eigenlijk had moeten doen. Herken je bovenstaande klachten, je kan hulp en advies vragen bij een lactatiekundige, verloskundige, huisarts en/of andere geschikte hulpverlener.
Een wereld van verschil
Met het advies van de lactatiekundige gingen we naar de kno-arts in het ziekenhuis. Die bekeek het tongriempje van mijn zoon en bevestigde dat het waarschijnlijk de oorzaak van onze problemen was. Bij mijn zoon werd het tongriempje gekliefd. En het verschil voelde ik binnen een paar dagen.
Sommige vrouwen merken gelijk bij de eerstvolgende voeding verschil. Dat had ik niet en het maakte me angstig, was dit daadwerkelijk het probleem? Maar hoe vaker ik voedde hoe zachter het aanvoelde. De scherpe pijn die ik inmiddels bijna normaal was gaan vinden verdween, ik kon weer ontspannen tijdens het voeden. Mijn tepels hadden wat tijd nodig om te herstellen maar na vijf dagen was alles geheeld en merkte ik dat het voeden een wereld van verschil was met voorheen.
Vanaf dat moment kon ik eindelijk voelen hoe borstvoeding geven eigenlijk hoort te zijn: genieten!
De borstkolf gaf ons vrijheid
De borstkolf kwam al snel in beeld. Niet omdat ik wilde stoppen met voeden, maar juist omdat ik mijn zoon ook moedermelk wilde blijven geven wanneer ik zelf even niet bij hem was.
Door af en toe te kolven, kon ik een kleine voorraad opbouwen. Voor wanneer ik weer aan het werk ging, op pad was of gewoon even tijd voor mezelf nodig had. Dan kon mijn man of de oppas hem een flesje van mijn afgekolfde melk geven.
Het gaf rust. Ik hoefde niet altijd fysiek aanwezig te zijn om hem toch mijn kostbare melk te kunnen geven. En voor mijn man waren die flesmomenten ook heel intiem.
Kolven werd voor mij geen vervanging van borstvoeding, maar een aanvulling erop. Het maakte ons flexibeler en zorgde ervoor dat we konden kijken naar wat op dat moment het beste bij ons paste.
Elf maanden later
Mijn zoontje is inmiddels elf maanden oud. Tot op de dag van vandaag drinkt hij nog steeds moedermelk: rechtstreeks aan de borst of uit een flesje.
Dat we hier zijn gekomen, voelt voor mij bijzonder. Zeker omdat ik inmiddels weet dat borstvoeding niet altijd vanzelf gaat. Dat het zwaar kan zijn. Dat je soms onzeker wordt, pijn hebt of het gevoel krijgt dat je lichaam je in de steek laat.
En vooral ook: dat het niet voor iedereen lukt, hoe graag je het misschien ook wilt.
Juist daarom ben ik dankbaar dat ik hulp heb gevraagd toen het nodig was. Dat iemand verder keek dan alleen de techniek. En dat één klein tongriempje uiteindelijk niet het einde van ons borstvoedingsverhaal betekende, maar juist het begin van een veel fijnere versie ervan.
'Borstvoeding geven is voor mij heel kostbaar geworden, juist omdat ik heb ervaren hoe kwetsbaar het kan zijn.'